vrijdag 25 oktober 2019

Tess


Aarzelend druk ik op de deurbel.
Eigenlijk is het best een vreemd idee om hier te staan.
Ik vraag me af of twintig jaar niet veel te lang is.
Dan verschijnt haar silhouet achter het raam.
Gek, ineens voel ik me opgelaten.
De deur die open gaat.
Het zijn diezelfde ogen… diezelfde glimlach.
‘Tess?’
‘Bart!’
Haar stem.  
Ik ben van mijn stuk gebracht.
Ze begroet me met een omhelzing en met een kus. 
Haar geur. Dezelfde geur. Alsof de tijd stil is blijven staan.
‘Wat leuk dat je langs bent gekomen,’ zegt ze met haar vertederende glimlach waarmee ze ooit mijn hart wist te veroveren. Hoe kon ik toch zo dom zijn om het destijds niet echt een kans te willen geven.
Ik voel ineens weer vlinders in mijn buik. Raar?
Helemaal niet raar. Ik ben haar gewoon nooit vergeten. Ze is mijn hele leven met me mee gereisd, ergens in mijn hoofd.
Op een uitnodigend gebaar volg ik haar naar binnen.
De woonkamer is sfeervol ingericht. Teakhouten meubels, lederen stoelen en een eikenhouten vloer. We delen nog steeds dezelfde smaak.
‘Koffie?’   
Ik knik. ‘Lekker.’
Tess verdwijnt naar de keuken. Haar lange bruine haar danst als glanzend zacht satijn op haar tengere schouders. Aan schoonheid heeft ze niets ingeleverd. Als ik die ene dag toch eens overnieuw kon doen...
‘Je woont hier prachtig!' 
Ze komt naast me staan. We kijken naar een schilderij van twee tienermeiden. Ik voel haar adem. Haar hand die voorzichtig de mijne raakt. ‘Sara en Maud,’ fluistert ze zachtjes. ‘Mijn alles.’
‘De schoonheid hebben ze van jou.’ Het floept er uit voor ik er erg in heb.
Ze lacht. ‘Dank je. Wat lief dat je dat zegt. Kom, de koffie is klaar.’
Probeerde ik haar nou net te versieren? Ik zou zo weer verliefd kunnen worden. Zal ik opbiechten dat ik stiekem nog vaak aan haar denk? Dat ik af en toe nog naar foto’s zit te kijken van ons beiden ergens aangeschoten op een van de vele festivals die we samen bezochten? Dat ik zelfs nog af en toe zachtjes haar naam fluister? Dat ze zelfs wel eens verschijnt in een droom. Ik vraag me af of ze in al die jaren ook nog wel eens aan mij heeft gedacht? Ik durf het haar niet te vragen.
Over en weer stellen we vragen: Wat doe je verder? Waar ben je naar toe geweest met vakantie? Ben je al lang gescheiden? Speel je nog gitaar? Schrijf je nog steeds verhaaltjes? Geloof je nog in God? Hoe gaat het met je ouders? Ik hoorde dat jouw vader al is overleden?
De tijd vliegt en langzaam wordt het laat.
Tijd om te gaan.
Ik trek mijn jas aan. ‘Het was leuk je weer eens te hebben gezien, Tess.’
Eigenlijk wil ik nog lang niet weg. Ze voelt zo vertrouwt.  
Een afscheidszoen. Ze streelt met haar hand over mijn wang. Ze zucht. ‘Het ga je goed,’
‘Wie weet, tot ziens.’
'Ach, vriendschap moet lopen, we zien elkaar vast wel weer.'
‘Dag Bart.’
‘Dag Tess.’
‘Pas je goed op jezelf?’

© taededraaftdoor 25- 10-2019

Geen opmerkingen:

Een reactie posten