vrijdag 19 juli 2019

Het hok


Soms, als het even niet zo goed met mij gaat, verdwijn ik naar mijn hok. Het is niet meer dan een houten schuurtje achter in de tuin van zo’n vier bij vijf meter.  
Door de jaren heen heb ik het helemaal opgeknapt. Het is geïsoleerd, voorzien van elektra, er is een houtkachel geïnstalleerd en de vloer is voorzien van robuuste eikenhouten planken.   
Voor het raam, vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de weilanden en waar je op mistige ochtenden reeën als spookachtige gedaantes voorbij ziet dansen, staat een bureau, een erfstuk van mijn grootvader, waar ik veel aan zit te schrijven aan verhalen als deze.
In de hoek staat een bank. Ernaast staat een krukje waarop een stapeltje boeken ligt van mijn favoriete auteurs: Mirjam Mous, Arthur Umbgrove, Rachel Joyce en Paul van Loon. Sommige boeken heb ik wel vijf keer gelezen. Ach, niet alle details zijn even belangrijk.
In de hoek naast de deur staat mijn gitaar. In een ver verleden maakte ik deel uit van een punk achtig rock bandje. Aan de wand prijkt een foto uit die tijd. Vijf jongens met gekleurde haren die geloofden in idealen om de wereld wat mooier te maken. Wat zou er van iedereen zijn geworden? Geen idee, we hebben elkaar zeker vijfentwintig jaar niet gezien. Ik denk er soms met weemoed aan terug.
Verder staat er een koffiemachine, een koelkast en hangt er een dartbord. Meer heb ik niet nodig om de dag te kunnen overleven.
Soms komen er vrienden langs. Dan drinken we een pilsje of een glas wijn en voeren we gesprekken over wat het leven zoal heeft te bieden, of misschien vaak ook niet. Vaak tot diep in de nacht. Andere dagen ben ik er alleen en mijmer ik over van alles en nog wat of luister ik naar muziek. Soms sluit ik mijn ogen en maak dan reizen in mijn hoofd. Meestal naar Scandinavië of soms gewoon naar een Waddeneiland. Ik ben een dromer.   
In mijn hok is geen internet en ook geen tv. Bewust. Ik houd er niet van om de godganse dag met een mobieltje voor mijn snufferd de hele wereld in de gaten te moeten houden. Ik zal wel ouderwets zijn.
Onlangs heb ik mijn eerste penseelstreken op doek gezet. Het lijkt nergens naar maar ik vind het geweldig om te doen. Heel eventjes verlies ik mijzelf dan in de tijd. En dat is volgens mij juist waar het in het leven om draait. Dat je juist die dingen doet waar je hart naar uitgaat.
Mijn hok. Mijn paleis. Hier kom ik tot rust. Hier is geen afleiding. Hier doe ik gewoon mijn ding. Hier lig ik te dromen. Hier ben ik gelukkig. Hier ben ik wie ik graag wil zijn. Hier hoef ik mij niet te bewijzen. Hier ben ik een koning; in mijn eigen paradijs!

© taededraaftdoor 19- 07-2019

Geen opmerkingen:

Een reactie posten