vrijdag 20 maart 2020

Vlinders


Zomaar ineens liep jij mijn leven binnen. Onaangekondigd. Vanuit het niets. Ik was er totaal niet op voorbereid.
Als een verwoestende tornado wist je mijn leven, wat tot dusver vrij rustig en geordend leek te verlopen, volledig overhoop te gooien. Ik had geen idee hoe ik me ertegen moest verzetten. En wat als ik dat wel had geweten? Zou dat dan wat hebben uitgemaakt…?
We zagen elkaar voor het eerst op het schoolplein. Onze kinderen zaten in dezelfde klas, bij juf Linda.
Jij was pas nieuw komen wonen in de buurt, je woonde niet eens zo heel ver bij mij vandaan, een paar straten verderop.
Onze blikken kruisten elkaar. Je ogen hadden iets magisch; iets betoverends; iets aanstekelijks. Ik vond je ontzettend knap. Vraag me niet waarom precies, maar zo was dat.
Jij glimlachte.
Ik bloosde.
Jij knipoogde.
Vanaf dat moment zat je in mijn hoofd.
We zagen elkaar steeds vaker. Soms treuzelde ik net zolang totdat ik je weer zag. Natuurlijk had je dat door. Vrouwen voelen dat soort dingen, toch?
Af en toe wisselden we een paar woordjes. Die woordjes werden zinnen en die zinnen werden hele gesprekken. Ik begon iets te voelen wat ik al jaren niet meer had gevoeld: vlinders in mijn buik.   
Op een dag nodigde je me uit om bij jou thuis nog even wat te komen drinken. Volgens mij stamelde ik als een verliefde puber dat ik daar wel zin in had.  
Je vertelde over je scheiding. Hoe je je best deed om je leven weer wat op de rails te krijgen.
Ik loog een beetje over mijn eigen relatie. Ach, het was allemaal niet zo kwaad bedoeld. Ik wilde, denk ik, vooral indruk op jou maken. En jij, op jouw beurt, streelde mijn ego. Het voelde allemaal zo vertrouwd.
We spraken over vriendschappen, over de dood, over het leven, de liefde, over onze favoriete boeken en muziek waar we zo van hielden. Op veel vlakken deelden we dezelfde smaak. En ineens drong het tot me door dat ik me in jaren niet zo gelukkig had gevoeld.
De tijd vloog voorbij. Bij het weggaan bedankte je me voor de gezelligheid. We moesten het snel eens overdoen.
In de deuropening zochten jouw ogen de mijne. Volgens mij wisten we ons allebei niet echt een houding te geven. En toen gebeurde het. Je kwam langzaam dichterbij en je gezicht boog naar de mijne.
Ik werd overspoeld door een duizelingwekkend gevoel van opwinding en sensatie. Ik bood geen weerstand maar gaf me over aan dit moment. Ik rook je heerlijke zoete geur en streelde je zachte haar.
Die nacht kon ik niet slapen. Jij spookte door mijn gedachten. Natuurlijk wist ik wat er aan de hand was. Ik was verliefd!
En op zich was dat nog niet eens het grootste probleem. Maar hoe legde ik dit in hemelsnaam uit aan Sanne, mijn vrouw. Ik draaide mij weg van haar en viel in slaap en droomde… over jou.

© taededraaftdoor  15-02-2020

vrijdag 25 oktober 2019

Tess


Aarzelend druk ik op de deurbel.
Eigenlijk is het best een vreemd idee om hier te staan.
Ik vraag me af of twintig jaar niet veel te lang is.
Dan verschijnt haar silhouet achter het raam.
Gek, ineens voel ik me opgelaten.
De deur die open gaat.
Het zijn diezelfde ogen… diezelfde glimlach.
‘Tess?’
‘Bart!’
Haar stem.  
Ik ben van mijn stuk gebracht.
Ze begroet me met een omhelzing en met een kus. 
Haar geur. Dezelfde geur. Alsof de tijd stil is blijven staan.
‘Wat leuk dat je langs bent gekomen,’ zegt ze met haar vertederende glimlach waarmee ze ooit mijn hart wist te veroveren. Hoe kon ik toch zo dom zijn om het destijds niet echt een kans te willen geven.
Ik voel ineens weer vlinders in mijn buik. Raar?
Helemaal niet raar. Ik ben haar gewoon nooit vergeten. Ze is mijn hele leven met me mee gereisd, ergens in mijn hoofd.
Op een uitnodigend gebaar volg ik haar naar binnen.
De woonkamer is sfeervol ingericht. Teakhouten meubels, lederen stoelen en een eikenhouten vloer. We delen nog steeds dezelfde smaak.
‘Koffie?’   
Ik knik. ‘Lekker.’
Tess verdwijnt naar de keuken. Haar lange bruine haar danst als glanzend zacht satijn op haar tengere schouders. Aan schoonheid heeft ze niets ingeleverd. Als ik die ene dag nog eens overnieuw kon doen...
‘Je woont hier prachtig!' 
Ze komt naast me staan. We kijken naar een schilderij van twee tienermeiden. Ik voel haar adem. Haar hand die voorzichtig de mijne raakt. ‘Sara en Maud,’ fluistert ze zachtjes. ‘Mijn alles.’
‘De schoonheid hebben ze van jou.’ Het floept er uit voor ik er erg in heb.
Ze lacht. ‘Dank je. Wat lief dat je dat zegt. Kom, de koffie is klaar.’
Probeerde ik haar nou net te versieren? Ik zou zo weer verliefd kunnen worden. Zal ik opbiechten dat ik stiekem nog vaak aan haar denk? Dat ik af en toe nog naar foto’s zit te kijken van ons beiden ergens aangeschoten op een van de vele festivals die we samen bezochten? Dat ik zelfs nog af en toe zachtjes haar naam fluister? Dat ze zelfs wel eens verschijnt in een droom. Ik vraag me af of ze in al die jaren ook nog wel eens aan mij heeft gedacht? Ik durf het haar niet te vragen.
Over en weer stellen we vragen: Wat doe je verder? Waar ben je naar toe geweest met vakantie? Ben je al lang gescheiden? Speel je nog gitaar? Schrijf je nog steeds verhaaltjes? Geloof je nog in God? Hoe gaat het met je ouders? Ik hoorde dat jouw vader al is overleden?
De tijd vliegt en langzaam wordt het laat.
Tijd om te gaan.
Ik trek mijn jas aan. ‘Het was leuk je weer eens te hebben gezien, Tess.’
Eigenlijk wil ik nog lang niet weg. Ze voelt zo vertrouwt.  
Een afscheidszoen. Ze streelt met haar hand over mijn wang. Ze zucht. ‘Het ga je goed,’
‘Wie weet, tot ziens.’
'Ach, vriendschap moet lopen, we zien elkaar vast wel weer.'
‘Dag Bart.’
‘Dag Tess.’
‘Pas je goed op jezelf?’

© taededraaftdoor 25- 10-2019

vrijdag 19 juli 2019

Het hok


Soms, als het even niet zo goed met mij gaat, verdwijn ik naar mijn hok. Het is niet meer dan een houten schuurtje achter in de tuin van zo’n vier bij vijf meter.  
Door de jaren heen heb ik het helemaal opgeknapt. Het is geïsoleerd, voorzien van elektra, er is een houtkachel geïnstalleerd en de vloer is voorzien van robuuste eikenhouten planken.   
Voor het raam, vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de weilanden en waar je op mistige ochtenden reeën als spookachtige gedaantes voorbij ziet dansen, staat een bureau, een erfstuk van mijn grootvader, waar ik veel aan zit te schrijven aan verhalen als deze.
In de hoek staat een bank. Ernaast staat een krukje waarop een stapeltje boeken ligt van mijn favoriete auteurs: Mirjam Mous, Arthur Umbgrove, Rachel Joyce en Paul van Loon. Sommige boeken heb ik wel vijf keer gelezen. Ach, niet alle details zijn even belangrijk.
In de hoek naast de deur staat mijn gitaar. In een ver verleden maakte ik deel uit van een punk achtig rock bandje. Aan de wand prijkt een foto uit die tijd. Vijf jongens met gekleurde haren die geloofden in idealen om de wereld wat mooier te maken. Wat zou er van iedereen zijn geworden? Geen idee, we hebben elkaar zeker vijfentwintig jaar niet gezien. Ik denk er soms met weemoed aan terug.
Verder staat er een koffiemachine, een koelkast en hangt er een dartbord. Meer heb ik niet nodig om de dag te kunnen overleven.
Soms komen er vrienden langs. Dan drinken we een pilsje of een glas wijn en voeren we gesprekken over wat het leven zoal heeft te bieden, of misschien vaak ook niet. Vaak tot diep in de nacht. Andere dagen ben ik er alleen en mijmer ik over van alles en nog wat of luister ik naar muziek. Soms sluit ik mijn ogen en maak dan reizen in mijn hoofd. Meestal naar Scandinavië of soms gewoon naar een Waddeneiland. Ik ben een dromer.   
In mijn hok is geen internet en ook geen tv. Bewust. Ik houd er niet van om de godganse dag met een mobieltje voor mijn snufferd de hele wereld in de gaten te moeten houden. Ik zal wel ouderwets zijn.
Onlangs heb ik mijn eerste penseelstreken op doek gezet. Het lijkt nergens naar maar ik vind het geweldig om te doen. Heel eventjes verlies ik mijzelf dan in de tijd. En dat is volgens mij juist waar het in het leven om draait. Dat je juist die dingen doet waar je hart naar uitgaat.
Mijn hok. Mijn paleis. Hier kom ik tot rust. Hier is geen afleiding. Hier doe ik gewoon mijn ding. Hier lig ik te dromen. Hier ben ik gelukkig. Hier ben ik wie ik graag wil zijn. Hier hoef ik mij niet te bewijzen. Hier ben ik een koning; in mijn eigen paradijs!

© taededraaftdoor 19- 07-2019