vrijdag 19 oktober 2018

Tijd om te gaan


Het is tijd om te gaan.
Onwennig staan we tegenover elkaar. Met tranen in onze ogen. Een strijd welke alleen maar verliezers kent. 
De gevolgen zijn desastreus. 
Jij voelt haat, ik juist het tegenovergestelde. 
Vreemd, dat we ineens geen woorden meer kunnen vinden voor datgene waar we nooit over uitgesproken raakten.
Mijn hart bonkt in mijn keel. De zenuwen gieren door mijn lijf. Nooit eerder voelde ik me zo ellendig.
Stilte.
Gek eigenlijk, hoe we het zover hebben laten komen. Zeker, omdat we elkaar hadden beloofd dat dit nooit zou gaan gebeuren.
Ik kijk naar je mond. Je lippen, ik heb ze duizenden keren gekust; je haren, ik zal ze nooit meer strelen; je ogen, ik kon ze eenvoudigweg lezen.
Ik trek mijn jas aan.
De woorden echoën door mijn hoofd. ‘Ik ben er klaar mee! Ik kan er niet meer tegen! Het is over! Ik wil dat je gaat!’
Nee, er is geen ander.
Het overrompelde mij. Een klap als van een mokerslag. Je zei dat je van me hield. Zelfs op die bewuste dag sprak je die woorden. Ik wist alleen niet dat het een leugen was. Of had ik beter moeten weten?
Ik was een eikel.
Ik loog, ik vloekte, ik tierde, ik dronk. Mijn gedrag was onacceptabel. Ik verzon altijd wel een excuus. Ik beloofde beterschap. Ik zei dat ik zou veranderen. Jij zei dat je me geloofde, maar ik hield je gewoon voor de gek. Ik snap best dat je kwaad werd. Je had het volste recht. 
En wat, als stilte een onaangename vriend wordt?
Ik zucht.
Jij schudt je hoofd.
Jij wou dat ik in therapie zou gaan. 
Ik weigerde. 
Trots? 
Ik wilde zo klein niet zijn. Ik vond dat het wel meeviel en dat je overdreef.
Jij vond, op jouw beurt, dat ik alles teveel bagatelliseerde. Je kon me niet meer vertrouwen, zei je.
We kregen steeds vaker ruzie. Zelfs waar de kinderen bij waren. 
Hebben we gefaald?
Noem het zoals je wilt. Maar waar gehakt word, vallen nou eenmaal spaanders. Ik ben nou eenmaal niet zo goed in sorry zeggen. En jij wikt en weegt ieder excuus tot je een ons weegt. Met beide gevallen schiet je geen sodemieter op.
En nu staan we hier!
Het ging allemaal ineens heel snel. Jij had je goed voorbereid. De boodschap was luid en duidelijk.
Hier is geen draaiboek voor. Dit is puur en alleen improvisatie. Iets waar ik onhandig in ben. 
Jij moet nadenken, zeg je. Dingen op een rijtje zetten. Sommige dingen zijn niet te herstellen, vind jij. Ik ben het daar niet mee eens. Waar een wil is, is een weg heb ik altijd geleerd.
Ik doe mijn rugzak om.
Het is zover. Een laatste omhelzing.
Nog een laatste blik. Een huis vol herinneringen. Een allerlaatste glimlach. Ik stap de deur uit. Je noemt mijn naam. Ik kijk niet meer om. Ik huil. Ik ren. Onder mijn jas druk ik een foto tegen mijn borst.  Een foto van ons allen. Waarop we allemaal lachen.

© taededraaftdoor 19- 10-2018

vrijdag 15 juni 2018

De droom


Laatst zag ik je weer. In een droom. Je stond op een afstandje naar mij te kijken. Je glimlachte, je bloosde, alsof het de dag van gisteren was.
De wind waaide speels door je haren. Je zachte huid was gebruind door de zon. Ik genoot van je zomersproeten. Je vond ze zelf nooit zo mooi. Weet je nog?
Ik herinnerde me het rode jurkje dat je droeg. Het was je lievelingsjurk, gekocht tijdens een onvergetelijke vakantie in Italië, alweer twee jaar geleden. Toevallig keek ik laatst nog naar de foto’s. Mijn God, wat waren we gelukkig! De toekomst lachte ons toe!
Je deed een paar stapjes naar voren. Ik schrok, mijn hart bonsde bijna uit mijn borstkas, snel deed ik een stapje terug. Gek eigenlijk, maar ik meende zelfs eventjes je geur te ruiken.
Ik haalde diep adem. Voorzichtig noemde ik je naam. Die naam, wanneer had ik die ook maar weer voor het laatst uitgesproken?
Ik kon het gewoonweg nooit. Ik durfde het niet. Het koste zoveel energie. Net zoals ik nadien ook nooit meer op jouw kamer was geweest. Ik was er gewoonweg niet toe in staat. Bang voor de confrontatie? Ik had werkelijk geen idee!
En nu, ineens, stond je daar; zo levendig en zo echt. Aarzelend stak ik mijn hand uit. Ik wilde je aanraken, je voelen. Het liefst wilde ik je omhelzen en je nooit meer loslaten. Ik wilde je vertellen dat je nergens bang voor hoefde te zijn, dat ik er altijd voor je zou zijn; maar de woorden bleven steken ergens achter in mijn keel.
Je doorbrak mijn stilzwijgen met de vraag of ik gelukkig was.
Ik aarzelde. Ik durfde je niet te vertellen over mijn depressiviteit. Bang dat ik me schaamde en dat jij dat niet begreep. Je was nog maar zeven. En ik wilde je niet nog eens met al mijn problemen opzadelen. Ik kon prima mijn eigen boontjes doppen, tenminste dat dacht ik.
Dus loog ik dat het wel goed met me ging.
Volgens mij had je me door. Je was altijd al een slim en doortastend meisje geweest. (Iets wat je van je moeder had meegekregen). Ik had meteen spijt dat ik je de waarheid niet durfde te vertellen (gelukkig had je mijn faalangst niet geërfd).
We lieten het verder voor wat het was.
Je vroeg hoe het ging met je broertje, Bo.
Misschien dacht ik er net iets te lang over na, maar dat hij iedere nacht nog steeds huilend wakker werd, vertelde ik je niet. Wel zei ik dat hij elke avond naar de sterren wuifde, in de hoop dat jij dat misschien zou zien.
Aan je reactie begreep ik dat dat niet zo was.
Stilte
‘Hij mist je.’
Ik zag je oogjes rood worden.
‘Jullie waren vriendjes voor altijd.’
stilte
Je knikte.
stilte
Ik floot je lievelingsliedje.
Je lachte. 
Zo zag ik je graag. Zachtjes begon ik het voor je te zingen.
Je pakte mijn hand en neuriede met mij mee. Eerst zachtjes, daarna luider, steeds luider totdat we samen zingend door een veld vol korenbloemen dansten. Vogeltjes tjilpten, vlinders fladderden om ons heen, er was een ondergaande zon. Het was alsof we ons in een sprookje bevonden.
Ik tilde je op. Je schaterlachte. Je gezicht kwam naast de mijne. Ik voelde je adem. Ik proefde jouw geur. Ik… toen... je bracht je mond vlak naast mijn oor. Ik hield mijn adem in. Zachtjes fluisterde je: Pappa, je bent de allerliefste van de hele wereld. Ik houd van jou!

© taededraaftdoor 15- 06-2018

zaterdag 5 mei 2018

D-day

Laatst ontmoette ik een oude man. Hij vertelde mij zijn verhaal over de oorlog. Over hoe zijn vader voor zijn ogen werd geëxecuteerd. Hoe zijn moeder en zus op transport naar een kamp in Duitsland werden gezet. Dieren zet je op transport! geen mensen!
Hij bleef alleen over. Hij was pas negen. Iedere dag balanceerde hij tussen hoop en vrees. Pas jaren later ging hij op onderzoek uit. Al gauw stuitte hij op de vreselijke verhalen van de verschrikkelijke kampbordelen en de vrouwelijke kampbeulen. De rest mag je er zelf bij denken
Het was te gruwelijk voor woorden. Het moest de hel op aarde zijn geweest. Hij kon er niet meer tegen. En echt slijten deed het nooit. Degene van wie hij had gehouden, waar hij zich veilig bij had gevoeld… hij had ze nooit weer teruggezien. Een oorlog kent geen winnaars, alleen maar verliezers!
Het veranderde zijn levensvisie volkomen. Hij kreeg argwaan tegen elke vorm van autoriteit. Zelfs zijn geloof in God viel in diggelen.
Er ging geen dag voorbij of hij hoorde het harde geweerschot, rook de kruitdamp en zag zijn vader als een slappe lappenpop voor zijn ogen in elkaar zakken. En nog steeds had hij nachtmerries over hoe soldaten lachend zijn moeder en zus meenamen. Aan de rest kon en wilde hij niet denken.
En dan was er het 'mysterie' dat Hitler destijds zou zijn ontsnapt. Een complottheorie? of toch…? Het zou allemaal zo maar best eens waar kunnen zijn. Per slot van rekening was het toch één grote corrupte bende. Hij was er stellig van overtuigd: we aanbidden met z’n allen één grote leugen.
Wist je dat er zo’n 70 miljoen mensen zijn omgekomen. Er meer dan 900 concentratiekampen waren? In Auschwitz per dag 6000 mensen werden vermoord. In Auschwitz ongeveer 3000 baby’s zijn geboren. De geallieerden naar schatting ruim 3,2 miljoen ton aan bommen hebben gedropt.
Wist je overigens dat er mensen zijn die tot op de dag van vandaag de holocaust ontkennen?
Ik ben van mening dat iedereen minsten één keer in zijn leven in Auschwitz moet zijn geweest. Maar of dat ook echt iets zou veranderen? De jeugd van tegenwoordig kent D-day (operatie Overlord) uitsluitend van computergames!
En weet je, wanneer ik het nieuws en de beelden op tv zie, maakt mij dat erg kwaad en intens verdrietig. Ik had altijd het gevoel dat ik best tolerant was. Ik heb geleerd om te luisteren wanneer een ander iets zegt. Maar als die woorden haat en angst verkondigen…’ Verdomme, het gaat niet goed met deze wereld!
Ik heb ontdekt dat ook ik een duistere kant bezit. Af en toe zou ik het liefst het hart uit die mensen willen rukken die racisme een warm hart toedragen. De onverdraagzaamheid, het toenemende geweld, het individualisme, het egoïsme; de immoraliteit… het is een voedingsbodem.
Er is iets gaande. Er broeit iets. Als je het mij vraagt staan we aan de vooravond van iets zeer onheilspellends. Iets desastreus. Ik ben zo bang dat er toch weer een of andere gek opstaat. Eentje nog vele malen erger dan Hitler of Stalin. Eentje, die zijn weerga niet kent.
Je hoeft echt geen hogere wiskunde te hebben gestudeerd, echt geen profeet of helderziende te zijn, om tot de conclusie te komen dat racisme wellicht nooit zal stoppen! met alle gevolgen van dien!
Dus jonge man, verspil je leven niet, maar grijp de kansen die je krijgt. Laat je niets wijsmaken, wat anderen ook zeggen. Het leven duurt maar kort. Voor je het weet ben je zo oud als mij, en zijn je kansen verkeken, en komt de finishlijn snel in zicht. Het is nu of nooit. Het leven is te kort, om er niet alles uit te halen, wat erin zit.

© taededraaftdoor 05- 05-2018